Zeeslag in het Skagerak
Grand Fleet en Hochseeflotte treffen elkaar
Het grootste treffen tussen de Britse Grand Fleet en de Duitse Hochseeflotte vond plaats op 31 mei en 1 juni 1916
Het grootste treffen tussen de Britse Grand Fleet en de Duitse Hochseeflotte vond plaats op 31 mei en 1 juni 1916
op de Noordzee voor de kust van Jutland ter hoogte van het Skagerrak.
Doordat de Britten de noordelijke en de zuidelijke uitgangen van de Noordzee beheersten,
bleven de acties van de keizerlijke marine doorgaans beperkt tot korte, snelle uitvallen naar de Engelse oostkust.
Na beschieting van Engelse kustplaatsen zoals Hartlepool en Scarborough werd dan snel de steven gewend naar de thuishavens,
voordat de Britse pantserkruisers en slagschepen vanuit Rosyth en Scapa Flow konden ingrijpen.
De nieuwe Duitse vlootcommandant, admiraal Reinhard Scheer, was voorstander van een agressievere strategie.
De nieuwe Duitse vlootcommandant, admiraal Reinhard Scheer, was voorstander van een agressievere strategie.
Op 31 mei 1916 voer Scheer met zijn gehele vloot de Noordzee op,
met de bedoeling de slagkruiservloot van admiraal Beatty in een hinderlaag te lokken en te vernietigen.
Hij had de overtuiging dat de Britse hoofdmacht, die in Scapa Flow lag, te laat zou komen om te kunnen ingrijpen.
De Britten waren echter vooraf op de hoogte van de Duitse plannen, maar vergisten zich in de positie van Scheer’s hoofdmacht,
De Britten waren echter vooraf op de hoogte van de Duitse plannen, maar vergisten zich in de positie van Scheer’s hoofdmacht,
waarvan ze dachten dat die nog gedeeltelijk in de thuishavens verbleef. Daarom stoomde de Britse hoofdmacht,
onder commando van admiraal Jellicoe, niet op volle snelheid op, zodat de Britse voorhoede, onder admiraal Beatty,
zich aanvankelijk tegenover een Duitse overmacht bevond.
Aan Duitse zijde ging het verkenningseskader onder vice-admiraal Franz Ritter von Hipper direct het gevecht aan.
Aan Duitse zijde ging het verkenningseskader onder vice-admiraal Franz Ritter von Hipper direct het gevecht aan.
De slagkruisers SMS Lützow – het vlaggeschip - , SMS Derfflinger, SMS Seydlitz,
SMS Moltke en SMS Von der Tann openden als eerste het vuur,
dat onmiddellijk beantwoord werd door Beatty’s slagkruisers.
De Lützow werd buiten gevecht gesteld door meer dan 20 zware treffers en werd tenslotte op bevel door een eigen torpedoboot tot zinken gebracht.
De Seydlitz en de Derfflinger werden na zware treffers buiten gevecht gesteld, maar konden op eigen kracht Wilhelmshafen bereiken.
De Moltke en de Von der Tann bleven gedurende de gehele zeeslag functioneren, ondanks zware treffers waarbij doden en gewonden vielen.
De Moltke en de Von der Tann bleven gedurende de gehele zeeslag functioneren, ondanks zware treffers waarbij doden en gewonden vielen.
De lichte kruiser SMS Frauenlob, die deel uitmaakte van een verkennings-eskader van de Duitse hoofdmacht,
werd door de Britse kruiser Southampton tot zinken gebracht.
|
De SMS Seydlitz in brand geschoten tijdens de zeeslag in het Skagerrak
|

In het begin van het treffen hadden de Duitsers het meeste geluk - bijna elk schot dat ze afvuurden was een voltreffer -
maar toonden ze ook het meeste lef, totdat bleek dat ze de hele Grand Fleet
tegenover zich hadden en niet slechts Beatty’s Battlecruiser Squadrons.
Scheer besefte dat zijn schepen tegen de voltallige Engelse oorlogsvloot het onderspit zouden delven en zette,
Scheer besefte dat zijn schepen tegen de voltallige Engelse oorlogsvloot het onderspit zouden delven en zette,
met enkele gedurfde tactische manoeuvres, koers naar zijn thuishavens. Jellicoe bleef het gevecht zoeken,
maar kon de vijand niet precies lokaliseren.
Uiteindelijk misten de hoofdmachten van beide vloten elkaar in het donker van de nacht
van 31 mei op 1 juni 1916 op slechts enkele mijlen.
In Duitsland werd het treffen als een glorieuze overwinning gevierd. Inderdaad waren de verliezen aan Engelse kant,
In Duitsland werd het treffen als een glorieuze overwinning gevierd. Inderdaad waren de verliezen aan Engelse kant,
zowel in tonnage als in manschappen, hoger dan die van de Duitsers. De Duitsers kenden 3.058 slachtoffers: doden,
vermisten, gewonden en krijgsgevangenen, tegen de Engelsen 6.945. Aan schepen verloren de Duitsers de slagkruiser SMS Lützow,
vijf lichte kruisers, waaronder de SMS Frauenlob, en nog vijf destroyers, totaal 61.180 ton.
De Engelsen verloren zes grote oorlogsbodems en acht destroyers, totaal 115.025 ton.
De zeeslag in het Skagerrak was het laatste grote zeegevecht tussen Engeland en Duitsland.
De zeeslag in het Skagerrak was het laatste grote zeegevecht tussen Engeland en Duitsland.
De Duitse admiraals Scheer en Hipper durfden hun vloot niet weer de Noordzee op te sturen.
Voor het verdere verloop van de oorlog speelde de Hochseeflotte zowel in militair als in economisch opzicht geen rol meer.
De Engelsen bleven heersen op zee, de blokkade van Duitsland bleef gehandhaafd.
|
Beschadigde geschutskoepel op de SMS Derfflinger na de zeeslag in het Skagerrak
|
Oorlogsschepen in het Berlijnse stratenplan?
Wie wel eens iets heeft gelezen over de zeeslag in het Skagerrak - de grootste zeeslag ooit -
Wie wel eens iets heeft gelezen over de zeeslag in het Skagerrak - de grootste zeeslag ooit -
kan in het stratenplan van Berlijn veel van de Duitse scheepsnamen uit die zeeslag herkennen.
Niet dat de Berlijnse stadsbestuurders de straten van hun stad vernoemd hebben naar de kruisers en slagschepen van de keizerlijke vloot
- en evenmin gebeurde het omgekeerde -, maar wel hebben straten en oorlogsbodems gemeenschappelijke peetvaders
in even zovele oude Pruisische generaals, die het militaristische verleden van deze Duitse soldatenstaat gestalte hebben gegeven.

Bijna elke oorlogsbodem van Hippers verkenningseskadron, die alle vernoemd waren naar oude Pruisische vechtjassen,
had een Berlijnse straat als tegenhanger en de meeste zelfs meer dan één. De schepen zijn gezonken of gesloopt, de straten en pleinen bestaan nog.
In Mitte-Tiergarten, vlakbij de al eerder genoemde Kluckstrasse (vinden we de Lützowplatz (1896),
In Mitte-Tiergarten, vlakbij de al eerder genoemde Kluckstrasse (vinden we de Lützowplatz (1896),
en in Tempelhof-Lichtenrade loopt de Lützowstrasse (1911). Eveneens in Tiergarten, in de omgeving van de Lützowplatz,
treffen we de (1870) aan en iets noordelijker in de wijk Mitte-Moabit de Seydlitzstrasse (1881).
Ook in het al eerder genoemde Generalsviertel in Steglitz-Lankwitz lopen zowel een Derfflingerstrasse (vóór 1894) als een Seydlitzstrasse (1884),
Ook in het al eerder genoemde Generalsviertel in Steglitz-Lankwitz lopen zowel een Derfflingerstrasse (vóór 1894) als een Seydlitzstrasse (1884),
terwijl er ook nog een Seydlitzstrasse (vóór 1922) èn een Seydlitzplatz (vóór 1923) te vinden zijn in Tempelhof-Lichtenrade.
In Steglitz-Lichterfelde treffen we nog steeds een Moltkestrasse (1899) aan,
In Steglitz-Lichterfelde treffen we nog steeds een Moltkestrasse (1899) aan,
maar de Moltkestrasse die in Mitte-Tiergarten liep, is in 1998 omgedoopt in Willy-Brandt-Strasse,
genoemd naar de oud-burgemeester van Berlijn die van 1969 tot 1974 bondskanselier was.
Tenslotte vinden we in de wijk Baumschulenweg van het zuidoostelijke stadsdeel Treptow nog de Frauenlobstrasse (1906).

De Skagerrakplatz, waarmee de nazi’s in 1933 de herinnering aan de ‘overwinning’
op de onverslaanbaar geachte Britse vloot nieuw leven wensten in te blazen,
heeft allang weer zijn oude naam Kemperplatz terug. Dit plein, waar ooit de bekende Rolandbrunnen stond,
is te vinden in Mitte-Tiergarten net ten noorden van de Potsdamer Platz.
AvB




